Ruimte

In mijn vak, de fysiotherapie, draait het letterlijk om aanraken. Het is een mooie manier van contact maken – en uiteindelijk iemand helpen genezen. Vóórdat ik kan aanraken, moet ik echter iets anders doen. Iets essentieels. Ik moet ruimte maken voor de patiënt. Hem (of haar) ontvangen, open naar hem kijken en luisteren. Actief en professioneel waarnemen, zonder meteen een conclusie te trekken. ‘Aan zijn’, noemt mijn collega Gonny van Boxtel het simpelweg. Zij is haptotherapeut en ik werk regelmatig met haar samen. Bijvoorbeeld als mijn behandelingen niet voldoende resultaat opleveren en de klachten bij een patiënt blijven bestaan.

‘Aan zijn’ is een belangrijke eigenschap van een hulpverlener, misschien wel de belangrijkste. Iedereen wil gehoord en gezien worden. Pas als er verbinding is tussen een ‘hulpverlener’ en ‘cliënt’ kan er gewerkt worden aan genezen. Natuurlijk: als iemand langs komt met een pijnlijke pink, moet ik gewoon die pink behandelen, maar vaker zit er een verhaal of verdriet achter een klacht. Dat verhaal mag ruimte krijgen. De patiënt mag ruimte krijgen – om vervolgens zélf zijn ruimte in te kunnen nemen. Op deze manier werken wij bij Fysio Sluijters. Waarom? Omdat het werkt!

Neem Henk. Drukke baan, druk gezin. Henk kreeg drie jaar geleden een ongeval en had sinds die tijd lichamelijke klachten. Last van zijn nek, duizeligheid, concentratieproblemen. Mijn behandelingen verminderden zijn klachten, maar alleen fysieke schade herstellen was niet genoeg. Zijn klachten bleven aanwezig en werden slechts deels verklaard door de nasleep van het ongeluk. Hij legde zichzelf veel druk op, had veel stress en verkrampte daardoor in zijn lijf. Henk zag zelf ook dat er meer speelde. Hij ging naar Gonny en ontdekte daar – kort door de bocht – dat hij vooral vanuit zijn hoofd leefde. Zijn gevoel en zijn lichaam deden amper mee. Als een soort Lange Jan in de Efteling controleerde hij alles, vanuit zijn hoofd. Hij werd zich daarvan bewust: niet alleen rationeel, in zijn hoofd, maar ook in zijn lichaam, dankzij de vragen, oefeningen en aanpak van Gonny. Alles van Henk mag nu weer meedoen: zijn hoofd, lijf en gevoel. De ruimte daartoe ging hij langzaam maar zeker voelen én innemen.

Zweverig? Helemaal niet. Juist met twee benen – of eigenlijk het hele lichaam – stevig op de grond. Altijd maar in je hoofd zitten: dat is pas écht zweverig.

Recent Posts